The Animals – House of the rising sun (1964)

The Animals – House of the rising sun

House of the rising sun

(o) Clarence Ashley & Gwen Foster – Rising sun blues (1933). Ashley is een rondreizende muzikant, Foster een mondharmonicaspeler, samen maken ze de oudst bekende opname van het lied. Het is Alan Lomax, die van vele traditionals een eerste opname maakte, met een jonge Georgia Turner een versie opneemt in ’37, die vooral qua tekst als blauwdruk geldt voor de -honderden- latere versies.

Toch is het lied ouder, want hierboven gaat het alleen om geregistreerde opnamen. Waar en wanneer het volkswijsje is ontstaan is onduidelijk, vermoedelijk stamt de melodie uit de 17e of 18e eeuw. De tekst zou in de 19e eeuw zijn ontstaan, maar dan is ook interessant waar het lied dan over gaat.

Want naar welk huis in New Orleans wordt nu verwezen? Het ene verhaal refereert aan een bordeel, dat in 1822 zou zijn afgebrand. Een andere versie gaat over een vrouwengevangenis, waar een ronde koepel in het dak de eerste zonnestralen (House of the rising sun) door liet. Het dichtst bij de waarheid zal Ted Anthony, die jarenlang onderzoek deed naar de oorsprong en dit in boek “Chasing the Rising sun” verwerkte.

Broadway-ster (met een opvallend tragische levensloop) Libby Holman neemt met zwarte folkzanger en gitarist Josh White een sterke versie op (als ‘House of the rising sun’). Opvallend, vooral omdat het in ’42 nog érg goed ongebruikelijk is om als blanke vrouw het podium te delen met een donkere man. Vele folk- en bluesartiesten als Leadbelly (’44), Pete Seeger (’58) en Joan Baez nemen hun versie op.

Van Ronk, Dylan and The Animals

Nina Simone nam ook een versie op, maar de grote inspiratie voor The Animals kwam van Dave van Ronk. Deze zanger -met zowel jazz- als bluesroots- is als het ware een mentor voor een nog jong Bob Dylan. Als van Ronk ‘The house..’ een sterke gitaarsound meegeeft in ’61, duurt het niet lang voordat Dylan zijn versie opneemt. Maar de populariteit van de laatste doet een sterk balende  van Ronk besluiten het niet meer te spelen. Men dacht immers dat híj het van Dylan geleend zou hebben. Toch kon Dylan het nummer ook niet lang spelen, mensen zouden inmiddels denken dat hij het af had gekeken bij The Animals.

The Animals maken natuurlijk de meest memorabele versie, die -erg ongebruikelijk voor een polied uit dié tijd- 4,5 minuut duurt. Toetsenist Alan Price krijgt de credits als arrangeur, vanwege het sterk staaltje orgelwerk. Sterker nog, het was de eerste (Hammond-)orgelsolo in de popmuziek.

Eerste opname:

 

Versie van Libby Holman & Josh White

En natuurlijk de meest memorabele versie