Oorsprong sinterklaasliedjes

De oorsprong sinterklaasliedjesMusicShopEurope.com - De Nieuwe online shop voor bladmuziek, cadeaus en accessoires!
Oorsprong sinterklaasliedjes
Lange tijd had de goedheiligman slechts één knecht tot zijn beschikking. Pas na de 2e Wereldoorlog, kwamen bij de intochten steeds meer pieten mee om alle kinderhandjes te kunnen vullen met suikergoed

De eerste echte sinterklaasliedjes ontstonden in de 16e eeuw, parallel aan de ontwikkeling van het feest (aanvankelijk alleen de mythe) rond bisschop Sint-Nicolaas. Dit waren echter  allesbehalve kinderliedjes zoals we die thans kennen. Het waren vooral heiligenliederen over het leven en de goede daden van de goedheiligman uit Kyra (Zuid-Turkije).

Later in de 17e en 18e eeuw werd de bisschop bezongen als huwelijksmaker.  Het geven van geschenken werd ook wel gemeengoed in de loop van 18e eeuw. Net als suikergoed en zoete koek (speculaas) langzaam hun intrede deden. Toch duurde het wel tot halverwege de 19e eeuw voordat het sinterklaasfeest langzaam transformeerde tot een kinderfeest. En dan ook met nieuwe elementen: Sint uit Spanje, stoomboot en een zwarte page als dienstknecht. Dit kreeg ook gestalte in invloedrijke prentenboek “Sinterklaas en zijn knecht” (1850) door Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman.

Prentenboek uit 1850

Hierin ook het nu nog gebruikte lied ‘Zie ginds komt de stoomboot’, dat afgeleid is het volksliedje ‘Im Märzen der Bauer’. Luister hier naar de treffende gelijkenis. Ook ‘Daar wordt aan de deur geklopt’ is een afgeleide van een Duits wijsje, ‘O du lieber Augustin’.

2e Helft 19e eeuw

Toch moeten we terug gaan naar 1845 om het oudste -voor ons nog bekende- sinterklaaslied te ontwaren. Rond deze tijd schrijft de arts J.P. Heije al ‘Zie de maan schijn door de bomen’ en gebruikte met opzet wat langere zinnen, zodat kortademige kinderen goed konden oefenen. Maar ook wat minder onschuldige liedjes als ‘Sinterklaas kapoentje (“kapoen” betekende gecastreerde haan en werd een scheldwoord) kwamen op.

Aan het eind van de 19e worden meer liedjes bedacht, die wij nog steeds uit onze kelen laten klinken, 120 jaren later. Groningse onderwijzeres Catharina Leopold schreef rond 1898 de volgende liedjes:

‘O, kom er eens kijken’, afgeleid van ‘Freut euch des Lebens’ door Hans Georg Nägeli (Luister hier).

‘Hij komt, de lieve goede sint’, afgeleid van ‘Der fröhlicher Landmann’ door Robert Schumann (Luister hier).

‘Jongens, heb je ‘t al vernomen’ (afgeleid van ‘Ihren Schafer zu erwarten’ door Fred Frohberg (Luister hier)

De 20e eeuw

Ook begin 20e eeuw is een rijke periode als het gaat om sinterklaasliedjes met een lange adem. Zo kennen we ‘Sinterklaas is jarig’ (er wordt gesproken van rond 1905, kan ook ouder zijn). Daarnaast ‘Zachtjes gaan de paardevoetjes’ door Simon Abramsz (1911) en ‘Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht’ (1926, kan ouder zijn).

Langzaam verdwijnt bij het sinterklaasfeest het opvoedkundige karakter en worden prenten, waarin kinderen in de zak verdwijnen, steeds zeldzamer. Ook worden de liedjes wat vrijer, zoals ‘Zwarte piet ging uit fietsen’. Deze stamt net als ‘Zwarte piet, wiede wiede wiet’ uit de 2e helft van de 20e eeuw.

Ook in de popmuziek doet de Sint zijn intrede, Henk & Henk van Het Goede Doel zingen ‘Sinterklaas, wie kent m niet’ (1982). Kinderen voor Kinderen nemen met Edwin Rutten (Ome Willem) ‘Ik ben toch zeker Sinterklaas niet’ op in 1986. Parodiën komen van o.a. Ome Henk (Sinterklaas is here to stay’ uit 1991) en Pater Moeskroen (‘Kom maar binnen!’uit 1993). Kinerprogramma’s geven vanaf 2000 de ruimte aan een wat hippere piet, zoals Coole Piet Diego en Party Piet Pablo.

Laat deze rijke traditie aan sinterklaasliedjes toch niet eindigen door de vervelende discussie over de trouwe Pieten van de laatste jaren. Al is het alleen al om de jongste generatie te kunnen blijven belonen voor het zingen van die klassieke volksliedjes. En een stok achter de deur om ze zoet te houden, al lijkt dat soms ijdele hoop voor ons ouders…